Hello world!
Welkom op Weblog.nl. Dit is het eerste bericht op jouw nieuwe weblog. Dit bericht kun je aanpassen of verwijderen. Lees in de Kennisbank hoe je een bericht aanmaakt.
Veel plezier!
Welkom op Weblog.nl. Dit is het eerste bericht op jouw nieuwe weblog. Dit bericht kun je aanpassen of verwijderen. Lees in de Kennisbank hoe je een bericht aanmaakt.
Veel plezier!
Zo af en toe word ik met beide benen knetterhard op de grond gezet. Ik vind het niet erg, want het houdt me scherp en ik leer ervan. Meestal relativeert het een hoop. Zo ook nu.
Vanmorgen moest ik op tijd mijn bed uit. Daar hou ik niet van en zeker niet omdat het voor rijles was. Ik heb het wel een beetje gehad met rijles. Maar goed, als ik mijn rijbewijs wil halen zal ik toch wat moeten. Na een teleurstellende rijles was ik een beetje sipjes en zenuwachtig, want ik moet bijna afrijden. Even schoot er door mijn hoofd: 'Zal ik mijn bed weer even inkruipen? Even slapen en het bloed geven afzeggen?' Maar nee, ik propte een plak rozijnenkoek in mijn jaszak, stapte op de fiets en gaf bloed. Een halve liter, omdat het goed is om te doen.
Inmiddels ben ik al weer een paar uur thuis en heb ik nog niet veel meer gedaan dan boodschappen, op de bank hangen en in bed een tijdschrift lezen. Het voelt als een nutteloze, vermoeiende dag en dat is het ook. Of toch niet?
Bloed geven zegt me niet altijd even veel. Het is goed om te doen, stel dat je ooit zelf een keer bloed nodig hebt, dan wil je ook graag dat dat er is. Wees blij dat je gezond bent, blablabla. Erg ongezellig is het ook niet en als ik de andere kant op kijk als ze met de naald bezig zijn valt het best mee. Maar nu net drong het tot me door. Ik stel me voor hoe ze nu in het ziekenhuis ligt, bezig met de chemo omdat de leukemie haar lichaam aantast. Er wordt gif in haar aderen gedruppeld en een zak bloed zal ze binnenkort (of nu al?) vast ook wel nodig hebben. Dan is een simpel uurtje bij de bloedbank opeens zoveel waardevoller! Waar doe ik nou moeilijk over?! Hup, van de bank af en aan de slag.
Ora et labora…
Nou ja zeg. Kijk ik uit het raam, blijkt de prachtige boom die recht voor ons raam stond te zijn weggezaagd. De boosdoeners hebben hun sporen achtergelaten in het modderige gras eromheen. Dikke lelijke bandensporen.
Ach ja, geheel onverwachts komt het op zich niet. De boom was vooral mooi in de winter, want dan zag je niet zo goed welke takken echt dood waren en welke in winterslaap. In de lente was hij ook nog wel mooi, want de levende takken konden dan van het een op het andere moment opeens wit van de bloemen zijn. En in de zomer en herfst, tja… Dan was vooral te zien dat de boom zijn beste tijd had gehad. Helaas. Dag boom.
Zou er binnenkort een vervanger komen? Ik ben bang van niet. Nooit meer zulke mooie bloemetjes voor het raam. Of toch? Iets dichterbij, op het balkon. Maar een grote stoere boom is toch anders.
Lizzy ligt bij me op schoot te spinnen. Ronkieronkie noem ik haar dan liefkozend terwijl ik haar aandachtig bekijk. Ik had nooit gedacht dat ik een kat zo lief zou vinden. De poll hiernaast is duidelijk: in ieder geval geen kat. Het moet meer dan een half jaar geleden zijn dat ik die poll plaatste. Sindsdien is er iets veranderd in mijn beeldvorming van katten. Katten (in Nederland) vond ik maar stom, dikke verwende dieren die vrijwel nooit een muis zagen. De katten die ik nog kende van Curaçao waren wild, bijna niet te aaien en vingen ratten en hegedissen. Ook geen prettig idee om in ons flatje rond te hebben lopen. Maar dit is anders. Lizzy is een soort van mengeling. Ze was wild, komt van de straat en zag er smerig uit. Ze is nog steeds wild, temperamentvol zeg maar, adhd-achtig bij vlagen. Maar ook tam, kroelerig, een tevreden beestje. En het is zo leuk om haar van een bolletje haar tot een echte kat uit te zien groeien. Ook wel jammer dat het maar zo kort een echte kitten is. Het volmaakte is er al weer af. Ze heeft een hapje uit haar oor. Koko heeft haar te pakken gehad. 'Zo is het leven' zal ik maar denken. En Koko blijft voorlopig weer even in haar kooi.
Ik heb al tijden niet geschreven. Dat wil zeggen, niet hier.
Buiten dit om heb ik van alles geschreven, maar niks daarvan is boeiend of openbaar genoeg om hier te plaatsen. Rapportages, verslagen en overdrachten van mijn werk, dat wordt hem natuurlijk niet. Sinterklaasgedichten, kladjes, boodschappenlijstjes, niet interessant genoeg.
Maar vandaag is echt zo'n dag om te schrijven. Om je warm aan te kleden, op de bank te hangen, nog warmere sokken aan te trekken, mijmerend naar buiten te kijken en blij te zijn dat je niet door de sneeuw heen hoeft omdat Hensley boodschappen doet. Tussendoor nog even met Lizzy kroelen, de verwarming nog wat harder zetten want Koko kan niet op de vensterbank boven de verwarming kruipen en heeft ook geen trui aan. De troep staart me aan en wil opgeruimd worden, maar ik stel het nog even uit. Want ik schrijf, ik schrijf!
Het is lang geleden en ik miste het. Maar het lukte niet, er was niks te schrijven. Ik beleefde niks, niks boeiends althans. Niks om schrijvend over te mijmeren. En nog steeds heb ik niks beleefd waar ik over zou willen schrijven, maar het feit dat ik schrijf is al weer heel wat. En wie weet is het een begin van een nieuwe schrijfvibe.
Jaloezie is niet echt een eigenschap die ik mezelf zou toeschrijven als ik mezelf zou moeten beschrijven. Om de een of andere reden vind ik het een te negatieve eigenschap en past die (dus?) niet bij mij. (Hoezo kloppend zelfbeeld?)
Een paar dagen geleden ontpopte zich de gedachte in mijn hersenen dat jaloezie inherent is aan perfectionisme. En perfectionisme, ja. Dat is wel een eigenschap die ik mezelf zou toeschrijven. Soms zelfs haast met trots.
Ik zal uitleggen waarom ik denk dat jaloezie en perfectionisme hand in hand gaan. Volgens mij is het (in ieder geval bij mij) zo dat perfectionisme betekent dat je het allemaal altijd perfect wil doen, maken, zeggen en dat je dus perfect wilt zijn. Het heeft iets arrogants, want blijkbaar denk je dat jij perfect kunt zijn. Vaak heeft het als valkuil dat je je kunt ergeren aan mensen die de kantjes er vanaf lopen en, erger nog, dat je er met minachting naar kijkt. Aan de andere kant is het ook vaak zo dat je met bewondering naar anderen kijkt (heel nobel), die alles voor elkaar schijnen te hebben en die alles kunnen wat je zelf (nog) niet perfect kunt. Maar die bewondering is, denk ik, een verkapte jaloezie. Je doet vervolgens namelijk net zo lang je best tot jij zelf ook dat punt hebt bereikt waar je de ander zo om bewonderde. En het is niet goed genoeg zolang jij dat punt nog niet hebt bereikt. Wat die ander kan, dat moet ik ook kunnen. Die ander mag niet beter zijn dan ik.
Het vervelende van perfectionisme is dat je er gemakkelijk gefrustreerd van kunt raken, omdat het natuurlijk niet lukt om perfect te zijn. En zolang je met enige jaloezie dat probeert te bereiken wat die inspirerende ander ook kan, zul je ook meerdere keren je neus stoten omdat het niet altijd gaat zoals je zou willen. In die frustratie is het erg makkelijk om benijdend naar de ander te kijken en te peinzen over hoe je het zelf ooit ook zo goed kan en misschien zelfs wel beter. Pure jaloezie!
Oh, wat is dit slecht voor mijn zelfbeeld…
O nee, het is juist goed, realistisch en het houdt me met beide benen op de grond. Want het perfectionisme alleen al zorgt voor genoeg onrealistische doelen, wensen en beelden (ook van mijzelf).
Het is elf uur 's avonds, het is warm en het klinkt alsof we naast de snèk wonen. De snèk ja. Dat isiets Curaçaos, een soort van barretje, cafeetje, hangplaats voor mannen, flirtplaats voor dominicaanse vrouwen, zoiets. Waar je koud bier of orange juice haalt en een vette pastechi. Ik heb er nog een mooi boek over voor de belangstellenden. Anyhow.
De buren van twee huizen verderop hebben een feestje, compleet met bachata, schreeuwende kinderen, bulderende lachsalvo's en meer feestgedruis.
Soms hoef je niet eens van huis om het gevoel te hebben ver van thuis (of dicht bij thuis?) te zijn…
Voor de Curaçao-leken deze link.
Ik heb vandaag voor het eerst sinds tijden weer in een boom geklommen! Best leuk, moet ik zeggen. Het kind in mij kwam boven en ik ben nog leniger dan ik dacht. Het lukte prima! De aanleiding was alleen iets minder.
Koko was alvast uit logeren omdat we met vakantie gaan en ze had besloten dat ze best uit haar kooi mocht terwijl het water werd verschoond. De oppas vond van niet, maar Koko was niet onder de indruk. Koko ging uitdagend op het cd-rek bij de deur zitten, klaar om viade deur verder te ontsnappen. De oppas dacht Koko slim af te zijn door buiten de kamer te wachten tot ze ergens anders ging zitten of vanzelf weer in het kooitje ging zitten.
Aangezien ik toch naar mijn werk moest en de oppas niet zo goed wist hoe ze Koko weer in de kooi moest krijgen, besloot ik even langs te fietsen. Bij het oppasadres op de bovenste verdieping aangekomen hoorde ik Koko al fluiten dus ik dacht: dat is zo geregeld. In de kamer waar haar kooi stond, bleek Koko niet te zijn. Het raampje stond op een kier, dus ik vroeg me hardop af of ze misschien niet naar buiten was gevlogen. De oppas dacht dat dat waarschijnlijk niet kon door zo'n kleine opening, maar ik vreesde het ergste… En ja hoor, daar zat mevrouw, bovenin de boom. Koko had het open raam ook ontdekt en die boom zag er wel leuk uit. Roepen vanuit de kamer werkte niet, dus ik sjeesde de trap af naar beneden. Eenmaal in de tuin, reageerde Koko opeens helemaal niet meer op mijn geroep. Ik legde me al bijna neer bij het idee dat ze verdwenen was, de Zwolse natuur in. Maar gelukkig, na veel geroep reageerde ze toch! Ik zag haar nog steeds niet zitten, maar ze moest nog ergens in de boom zijn dus ik besloot het erop te wagen en naar haar toe te klimmen. Ik kwam niet veel verder dan anderhalve meter boven de grond, want toen zag ik haar alweer. Gelukkig zag ze mij ook en toen ik bleef roepen ging ze ondersteboven hangen en hupte ze tak voor tak naar beneden, naar mij toe. Uiteindelijk kwam ze op mijn arm zitten en klom ze naar mijn schouder alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Ik ben zo snel mogelijk weer naar beneden geklommen en het huis in gelopen. Koko deed geen enkele poging om er weer vandoor te gaan. Ze ging met enige tegenzin haar kooi weer in en maakte nog even een ontstemd geluid, maar dat was het.
Daarom beloof ik bij deze plechtig: Koko, ik zal nooit meer beweren dat je niet tam bent!
Sinds afgelopen donderdag hebben we een nieuwe aanwinst in huize Elizabeth. Ze heet Lizzy, een kitten van ongeveer 5 weken oud. Driekleurig, erg schattig en speels. Een van de eerste vragen als reactie daarop is steeds: 'Gaat dat wel goed met Koko?'. Tot nu toe hebben we nog weinig interactie tussen Lizzy en Koko gemerkt. Ze lijken elkaar nog een beetje te negeren. Je zou toch zeggen dat katten en vogels elkaars aardsvijanden zijn. Nou, tot nu toe zie ik vooral overeenkomsten en gedeelde interesses en meningen:
- Bijten is fijn (ik hou geen kleren over, overal zitten haaltjes of gaatjes in)
- Nagels horen scherp te zijn (ik zit dus inmiddels he-le-maal onder de schrammen)
- Op een bank of bed klimmen is een eitje (die rafels vallen toch niet op op die oude bank)
- Snoertjes zijn bar interessant, je kunt eraan naar boven klauteren, erin bijten en ermee spelen
- Laptops zijn gemaakt om over het toetsenbord te lopen en om in grappige gaatjes te bijten (ik ben benieuwd hoe lang dat goed gaat)
- Herrie maken is erg functioneel om aandacht te krijgen (het liefst midden 's avonds laat of in de nacht)
- Jouw speeltje is haast nog leuker dan de mijne (het zijn net kleine kinderen)
- Maakt het iets uit waar ik mijn behoefte doe? Zindelijkheid, wat is dat?
Het schijnt zo te zijn dat de jeugd de toekomst heeft. Dat wil ik meteen wel geloven. Koko schijnt inmiddels in de pubertijd te zijn beland. Bij mensen lukt het me redelijk om daarmee om te gaan, bij een dwergpapegaai is dat mogelijk nog ingewikkelder. Volgens de dierenarts kunnen we maar beter een vriendje voor haar gaan zoeken. Voor haar ja, want het schijnt een vrouwtje te zijn. Ze is namelijk een nestje aan het bouwen in het nestkastje. Na een half jaar heeft ze eindelijk de bedoeling van dat houten hokje begrepen. Het schijnt met de levensfase te maken te hebben. Maar goed, nu moeten we dus druk op zoek naar een aantrekkelijk mannetje voor onze veeleisende dame. Als hij haar niet bevalt zal hem dat waarschijnlijk meteen met haar snavel en boze geluidjes duidelijk worden gemaakt.
Voor Lizzy hoeven we gelukkig geen mannetje te regelen. Die laten we ter zijner tijd steriliseren en dan is dat hoofdstuk ook meteen afgesloten. Voorlopig zijn we nog wel even zoet met gebroken nachten, poep en plas, gekrijs en meer van dat soort babydingen. En Koko biedt ons wat afwisseling met opstandig gedrag, eigenwijze buien, haar eigen weg willen gaan en meer van dat soort puberdingen. Lang leve de pedagogiek!
Koko heeft weer wat nieuws bedacht. Al een poosje is het zo dat telkens als we op de bank zitten met een laptop op schoot, hij vindt dat wij niet mogen typen en uberhaupt niet aan de laptop mogen komen eigenlijk. En dat laat hij natuurlijk weten door ons pissig aan te kijken, boze geluidjes te maken en natuurlijk door (proberen) te bijten. Meestal kruipt hij dan onder de laptop en dus op schoot en steekt dan vanaf onder de laptop zijn kopje omhoog vlak voor de muispad. Vanuit dat schuilplekje kan hij alles mooi in de gaten houden. Ik kan niet fatsoenlijk bij de muispad zonder een knauw te krijgen en als ik iets wil typen dan moet ik voorzichtige manouvres om hem heen maken. Erg ingewikkeld en vooral irritant. Dus dan wordt hij maar weet naar zijn kooi teruggebracht en gaat hij daar verder met de boel terroriseren. Zonder laptop is het de laatste tijd trouwens best te doen met hem, maar blijkbaar heeft hij de laptop als 'zijn terrein' verklaard en verdedigd hij dat dus met verve. Zou het het tikkende geluid van de toetsen zijn waar hij zich aan stoort of zou het toch iets met de muis te maken hebben? Je zou toch zeggen dat een dwergpapegaai en een muis niet direct elkaars vrienden zijn, maar ja… Met Koko weet je het maar nooit!